Roep een vasten uit

Natuurlijk kunnen we een enquete houden in de Protestantse Kerk, dat is misschien zinvol. Maar misschien moeten we ook een vasten uitroepen. Vasten is het medicijn voor het gebed, volgens Voetius. Korter kun je het niet zeggen.

vasten als medicijn
Graag wilde ik wat schrijven over vasten, vasten in relatie met gebed. Ook onze eigen traditie kent het vasten: Calvijn, Voetius, Wesley en Chantepie, allemaal nemen ze het serieus. Het enige wat deze Reformatorische stemmen zeggen is dat het niet in de vorm van de veertigdagentijd moet: je moet het doen bij speciale aanleidingen, aldus de Reformatie, niet jaarlijks in die veertig dagen voor Pasen. Dan is de ziel eruit, zeggen Calvijn en Voetius, dan wordt het een automatisme. Tegenwoordig zijn we dat anti-roomse standpunt wat gaan relativeren: vasten in de 40 dagen kan best. Maar Calvijn en Voetius hebben wel gelijk dat het geen automatisme mag worden! En wat kunnen we veel van ze leren, ook als het gaat om vasten en bidden. Ze vonden het belangrijk! Hoe kan het ook anders, kijk eens naar de bijbelse gestalten, bijvoorbeeld Hanna, de profetes, waar Lucas van vertelt: ‘Ze was altijd in de tempel waar ze God dag en nacht diende met vasten en bidden’ (Lucas 2:37). Vasten en bidden, die twee woorden vind je hier al direct bij elkaar. Ze horen ook bij elkaar. Bidden kan misschien wel zonder vasten, maar omgekeerd gaat het niet. Vasten is namelijk alléén maar een hulpmiddel, het is niet zo centraal en onmisbaar als het gebed. Voetius zegt: als het gebed het leven is, dan is het vasten een medicijn daarvoor. Ik vind dat wel een mooi beeld. Een medicijn is nooit doel in zichzelf, maar je gebruikt het voor iets anders, voor gezondheid, voor het leven. Zo zit het ook met vasten. Het is een medicijn voor het vurige gebed: het kan ons helpen om ons hart geheel op Hem te richten.

bereidwilligheid of eigenwilligheid.
Wie denkt om te gaan vasten, moet denk ik beginnen met zich af te vragen of God er mee zou instemmen. Is dit de weg die God met mij, met ons, wil gaan? Laat het uit bereidwilligheid voortkomen, niet uit eigenwilligheid. Daar zit bijvoorbeeld één van de verschillen met het vasten voor de lijn, of het vasten als vegetariër (of bij anorexia). Het draait in ons vasten dus niet om het ‘stalen’ van de eigen wil (de militair uithangen op geestelijk gebied), maar eerder om het afstemmen van onze wil op Gods wil. Denk aan wat Maria zegt, als ze hoort van wat God met haar wil gaan doen: ‘mij geschiede naar Uw wil’ (Lucas 1). Ik moet ook denken aan dat prachtige lied: Neem mijn wil en maak hem vrij, dat hij U geheiligd zij. Maak mijn hart tot uwe troon dat uw Heilge Geest er woon’. (Gezang 473) Hier draait het steeds om, en om niets anders, we zingen niet ‘ik staal mijn wil!’ maar ‘neem mijn wil’. Wie wil vasten moet dus eerst tastend zoeken naar Gods bedoelingen met zijn of haar leven. Het is altijd een middel om je leven nadrukkelijker in zijn dienst te stellen, niet om jezelf juist onafhankelijker op te stellen.

Je eigen lauwheid en zonde
Dat brengt ons op het volgende punt: wanneer mag je vermoeden dat vasten past bij Gods bedoelingen met ons leven? Ik denk aan een heel scala van situaties. Soms hoor je mensen zeggen: ‘ik ben zo ontzettend vlak, zo lauw, ik doe eigenlijk niets met God, ook al kom ik trouw naar de kerk.’ Misschien is dan van toepassing wat Calvijn zegt: ‘Wij ervaren dat, wanneer de buik vol is, de geest niet zo tot God opgeheven is, dat hij met een ernstige en vurige gezindheid tot het gebed kan komen en daarin volharden’. Niet dat het gewone leven van eten en drinken op zich slecht is, maar het is voor velen wel herkenbaar dat ons gewone leven met al haar luxe ons lauw en traag kan maken. Dan kan vasten en bidden misschien een weg zijn. Ook kun je in een periode van vasten God vragen om je te helpen met het overwinnen van een bepaalde zwakte of zonde, een kwade gewoonte die je niet kunt loslaten. In een tijd van vasten kun je je dan hernieuwd aan God wijden en Hem vragen of Hij je uit dat ‘Egypte’ wil bevrijden. Door zo als Hanna te ‘bidden en te vasten’ kan God dankzij de verzoening in Christus nieuwe wegen met je gaan, nieuwe kansen voor je openen. Want Hij laat het werk dat zijn hand begon niet varen. Hij belooft het te zullen doen, dat waar David in psalm 51 om vraagt: ‘schep, o God, een zuiver hart in mij, vernieuw mijn geest, maak mij standvastig.’

Plaatsvervanging
Eén van de meest aangrijpende voorbeelden van een vasten vind ik in Daniël 9. Daar horen we dat Daniël zich over gaf aan ‘gebed en smeekbeden, al vastend en rouwend.’ Daniël richt zich in zijn gebed en vasten op het hele volk, hij bedrijft daar plaatsvervangend rouw voor héél het volk. Dat is een heel diepe gedachte: naast het volk gaan staan en plaatsvervangend bidden en smeken voor hen. Voor allen die nog niet bidden en smeken. Hier dan maar direct even de belangrijkste waarschuwing die bij elk vasten hoort: pas op dat je door het vasten niet groter over jezelf gaat denken (‘wat ben ik toch een grote, vrome jongen’)! Ga groter over God denken! Laat het vasten het vuurtje van de hoogmoed niet opstoken, maar laat die gevoelens juist tegenover zijn heerlijk aangezicht los! Loof en aanbid Hem, meer hoef je niet te doen. Onze plaatsvervanging staat toch niet op zichzelf? Zij rust alleen in onze Heer, die op onze plaats ging staan. In onze tijd voel ik wel eens een bijzondere urgentie voor zo’n ‘Daniël vasten’, in deze tijd waarin Europa verder lijkt af te glijden naar het heidendom. Moeten wij niet individueel en misschien ook gezamenlijk God al vastende smeken, plaatsvervangend voor het volk? Dat doen we natuurlijk ook zondag in onze voorbede.

Samen vasten en gezonden worden
Tot nu toe spraken we over een vasten voor de enkeling. Dat is een heel goede gewoonte die we niet direct bij voorbaat moeten afschaffen. Het ligt in de vrijheid van elke christen om dat wel of niet toe te passen. Maar je kunt ook samen vasten. Ik vind zelf de veertigdagentijd daar een mooi en krachtig voorbeeld van. Ook kun je denken aan het noveen (Google maar even als u dit niets zegt). En we vinden hier heel veel voorbeelden van in de bijbel. Vooral als het gaat om het moment dat christenen uitgezonden worden. In Handelingen 13:3 en 14:23 lees je dat: aangrijpende verhalen van biddend vasten. De kerk staat daar op een beslissend moment: de eerste zendingsreizen van Paulus. Voordat ze Paulus en Barnabas uitzenden, gaan ze eerst samen bidden en vasten. Zo wil de Heilige geest kennelijk werken: voordat zoiets begint, moeten we éérst een tijd ons opnieuw verankeren in de Heilige. Eerst samen al vastend vurig bidden en smeken dat ‘Christus woning maakt in ons hart’ (Efeze) en dat Hij voor ons uittrekt. Ook dit vasten en bidden is dacht ik tegenwoordig actueel. Wat horen we van veel plannen tot gemeenteopbouw zonder dat we ons eerst zo hebben ‘gereset’, om het eens in moderne computertaal te zeggen. In elke nieuwe gemeente, zo vertelt Lucas in Handelingen, stelden ze oudsten aan en na een vasten stuurden ze deze mensen op weg, bevalen ze hen aan bij de Heer. Moeten wij misschien niet ook zo op weg gaan bij al onze plannen voor gemeenteopbouw? Er zijn nu plannen om als gemeente de band te verstevigen met de taille. Als wij ons zo gezonden voelen, zouden we dan ook niet als gemeente samen moeten vasten en bidden? En onze Heer deed dat ons ook voor: voordat Hij zijn missie begon, die éne missie van zijn leven, vastte Hij 40 dagen in de woestijn.

Hoe vasten?
Tot slot een enkel woord over die moeilijke vraag: wat doe je dan als je gaat vasten? Het hangt natuurlijk af van de tijdsduur. Ga je één dag vasten, dan is het anders dan dat je samen negen dagen gaat vasten, of veertig, of drie dagen. Veel mensen volgen deze raad in de veertigdagentijd: niet snoepen, niet drinken en wat matigen met alles. Maar iedereen moet hier zelf een weg in vinden. Ik ben altijd erg bang voor voorschriften, voor moralisme, voor elkaar de maat nemen, voor geestelijke hoogmoed. Vasten kan makkelijk een bron zijn van allerlei uiterst ongeestelijk gedoe! Dat even als waarschuwing: wie slaat zich nou op de borst omdat hij een medicijn slikt? Immers, volgens Voetius is vasten een medicijn voor het vurige gebed: het kan ons helpen om ons hart geheel op Hem te richten. Ds. G.H. Labooy

Dit bericht werd geplaatst in algemeen en getagd met , . Maak de permalink favoriet.

Plaats een reactie