Een post-christelijke staat is volkomen anders dan een pre-christelijke. Door de eeuwen van christendom, is de taak van de staat enorm verbreed. In de pre-christelijke maatschappij is die taak tamelijk smal. Ik ben benieuwd wat een kenner zou zeggen, maar zit ik er ver naast als ik zeg: ‘het kwaad beteugelen’ (in het beste geval) en oorlog voeren (in het gewone geval). Voor het laatste is er dan in elk geval ook een belastingsysteem nodig. En wegen natuurlijk. Dus geen ministeries van Volksgezondheid, Welzijn en Sport, van Cultuur, Onderwijs, Wetenschap, Sociale zaken. O ja, wel een ministerie van propaganda: de staat zorgt voor de godsdienst, haar priesters en goden. Dat wat betreft de pre-christelijke staat. Maar de post-christelijke is volkomen veranderd: daar vindt men dat de staat moet bijdragen aan het ‘common good’. Dat is op zich het aanslibsel van twee millennia christendom. En daar zit nu net de enorme pijn. Want omdat de staat post-christelijk is, is het geloof in Christus kennelijk niet meer het common good. De boodschap wordt afgegeven dat dat iets is wat we, desgewenst, mogen verwaarlozen. Onverschilligheid wordt de standaard. Dat is een sterke vorm van voortdurend doorsijpelende indoctrinatie. Wat dat betreft is een pre-christelijke staat volkomen anders: daar verwacht men van de staat niet de zorg voor het common good; dus die staat indoctrineert ook niet wat dit betreft.
.jpg)