Niet-christenen kunnen toch ook goede mensen zijn?

Deze vraag hoor je vaak. Vaak stellen christenen dit als een retorische vraag en het antwoord is absoluut ‘ja’. We zouden immers niet aanmatigend en hoogmoedig willen zijn. En eerste generatie niet-christenen denken natuurlijk ook dat het kan. Of tweede generatie niet-christenen zich dit soort vragen nog stellen weet ik eigenlijk niet. Ik houd me in wat volgt nu even bezig met het antwoord van christenen.

Als christenen die retorische vraag stellen, zeg ik altijd: hoezo ook? Want het klinkt nogal aanmatigend: dat zij die buiten zijn ook goede mensen kunnen zijn! Zijn christenen het zelf dan zo vanzelfsprekend? Of verwarren we hier ‘goed’ met ‘fatsoenlijk’? Ja, als we eigenlijk ‘fatsoenlijk’ bedoelen, wie zou er dan  durven te beweren dat niet-christenen dat niet zouden kunnen zijn? Maar als het om meer gaat dan fatsoen, als het gaat om werkelijk goed zijn, waarom herinneren we dan niet wat Jezus zei: ‘niemand is goed, dan God alleen?’ En  Micha die zegt: ‘De deugdzaamste van hen is als een doornstruik, de oprechtste is erger dan een stekelhaag.’ (Micha 7) Als je het werkelijk hebt over echt goed zijn, niet over alleen maar fatsoen – belangrijk genoeg  trouwens –, dan zeg je niet zo makkelijk ‘ook’. Want zijn wij zelf dan zo goed?

Wat trilt er dan mee in dat goed, dat Bijbelse tof? De diepste vorm van secularisering is dat de ethiek tegenwoordig als vanzelfsprekend horizontaal wordt beleefd. Door christenen en door niet-christenen. Je bent goed als je je plichten tegenover de medemens en jezelf op een verantwoordelijke, eerlijke manier vervult. Maar dat is niet het beeld wat op ons afkomt vanuit het geloof. Daar heeft je Maker de eerste rechten. Goed-zijn ontvouwt zich ten eerste in de relatie met je Schepper. In het hem alle eer geven, hem liefhebben met heel je hart, heel je ziel en al je kracht. Niet omdat Hij dat nodig heeft: in dat opzicht kan zijn eer niet geschonden worden. Hij lijkt niet op een narcistische dictator of president. Maar omdat wij alleen in die liefdevolle, aanbiddende relatie tot onze ware bestemming komen. Dan worden we ook zelf een bedding van vreugde, vrede en licht.

Dus laat dat woordje ‘ook’ maar weg. Ik geloof dat niet-christenen fatsoenlijke, vriendelijke, verantwoordelijke mensen kunnen zijn, net zoals ik dat zelf al struikelend probeer. Ik geloof niet dat niet-christenen goede mensen kunnen zijn. Ze erkennen namelijk dat recht van hun Schepper niet, noch de liefde van hun Verlosser. Maar ik geloof ook niet dat ik zomaar een goed mens ben. Ondanks dat ik alles van hem heb gekregen – hem heb mogen leren kennen! –  leef ik niet in zuivere gerichtheid op hem, blokkeer ik die bedding die bestemd was voor zijn licht en vrede. Ik ben alleen goed vanuit de goedheid van Jezus die in mij leeft. Want ‘niemand is goed, dan God alleen.’

Ik heb begrepen dat er een bestseller is geschreven met de titel ‘De meeste mensen deugen’. Ik heb geen tijd het te lezen, of beter, ik maak er geen tijd voor vrij. Want het is een boek van een eerste generatie niet-christen en zoals ik zei, zij beantwoorden de vraag of ze zonder God toch goed kunnen zijn altijd met ‘ja’. Anders hadden ze God wel vastgehouden. Ik gok dat het dus ook in dit boek zal draaien om ‘horizontaal deugen’. Dat we echter goed-zijn, dat ‘deugen’, ten eerste moeten ontvouwen tegenover onze Schepper zal vermoed ik buiten beeld zijn. In dat geval is het boek meer van het zelfde. Maar waarschuw me als ik mis zit, ik hoop het van harte!

Dit bericht werd geplaatst in algemeen. Bookmark de permalink .

2 Responses to Niet-christenen kunnen toch ook goede mensen zijn?

  1. Yke's avatar Yke schreef:

    Dag Guus, toevallig, nou ja wat heet toevallig, kwam ik op jouw blog. Ik was gisteren bij een boeiende lezing van Emanuel Rutten in Zwolle (filosofisch café; bekend van het epistemisch Godsargument waarmee hij de traditionele filosofen een flinke uitdaging biedt) Jou vast wel bekend en daarom googelde ik even op jouw naam, omdat jouw interesse ook ligt bij de filosofie. Toen las ik jouw blog uit december 2019. En mijn reactie daarop: is het hier ook niet een kwestie van taal, wat betekent “GOED|” volgens jouw definitie waarbij het geloof de belangrijkste rol speelt en wat betekent dat “goed” volgens Rutger Bregman. Die taal legt onze werkelijkheid vast en is tegelijk onze beperking. Dat maakte Rutten ook nog weer eens duidelijk. Zeer boeiend. Een begenadigd spreker, deze man.
    Met een hartelijke groet,
    en denk je nog wel eens aan je terugkeer in een echte roeiboot, skiff???? Ik geniet er nog steeds ontzettend van door regelmatig in mijn skiff naar het Zwartemeer te varen. Een goede en gezonde voorbereiding op de periode van emeritaat die je hopelijk ten deel mag vallen. In ieder geval: ik hoop je nog eens te ontmoeten.

    • labooy's avatar labooy schreef:

      Ha Yke,

      dank voor je leuke reactie. Leuk van je te horen!! Het gesprek over de aard van de beide taalvelden is boeiend: benieuwd wat Bregman dan zegt. Gaat hij mee in de moderne gedachte dat de ethiek alleen horizontaal gebeurt? Dat het irrelevant is wat je richting God denkt, zegt en doet? Dat dus God, mocht Hij bestaan, super tevreden over ons hoort te zijn als we een perfect leven hebben geleid naar onszelf toe en naar de ander (zo dat mogelijk zou zijn, dat is natuurlijk meer een kwestie van dagdromen!), en hem hebben genegeerd?

      Ja, de roeiboot trekt nog wel! Ik denk na mijn pensioentje…….. 🙂

Plaats een reactie