De Palestijnse vlag in Nederlandse straten. Demonstraties met duizenden in onze steden. Leuzen worden gescandeerd die wij niet verstaan. Het gevoel van onveiligheid onder Joden in ons land kruipt verder, de kou ervan komt dichterbij. Maar is het niet terecht dat mensen van Palestijnse afkomst opkomen voor dat land en volk? Dat uit je met een vlag! Maar wat ik van mensen met Palestijnse wortels hier wil vragen is: waarom dragen jullie niet ook een spandoek mee met ‘7-10 niet in mijn naam’? Juist omdat je op wilt komen voor je land van herkomst? Dan wil je toch niet dat tegelijk met je vlag de indruk gewekt kan worden dat je het bloedbad van 7 oktober toejuicht? Dan wil je toch je volk lospellen van zulk soort terreur? Niet in mijn naam! – zeg je dan. Ook je godsdienst wil je toch niet met die terreur bezoedelen? De toonaangevende leiders van de Al-Ahzar universiteit hebben dat toch ook altijd beklemtoond? Terreur als van ISIS is niet ‘in de naam van Allah’! Met een spandoek ‘niet in mijn naam’ maak je de boodschap van je vlag preciezer: het is niet langer als een schot hagel, het kan niet alles meer betekenen. Zeker, Palestijnse vaderlandsliefde betekent ook dat er strijd is met Israël. Maar kun je samen op deze basis gaan staan: dat die strijd niet met deze terreur gevoerd wordt? Daarmee zullen Joden hier in Nederland zich misschien een beetje veiliger voelen. En je roept dus ook op tot terugkeer van de gijzelaars. Gijzelaars ‘niet in mijn naam’.
Is die ruimte er?
Is er voor mensen van Palestijnse komaf die ruimte om uit te spreken ‘niet in mijn naam’? Ja, ik denk aan 14 oktober, het gesprek in de ambtswoning van burgemeester Halsema (Trouw, ND). De burgemeester hoste een gespreksplatform van Joden en Palestijnen. Ibrahim Abdelfatah, die zelf zich onveilig had gevoeld door de Israëlische vlag op het stadhuis van Amsterdam, zei: ‘Het is niet zwart-wit, een Palestijnse vlag staat niet voor Hamas.’ Daarin beluister ik een ‘niet in mijn naam’. Maar is die ruimte er ook in het land zelf? Ik heb de indruk dat die ruimte steeds verder wordt ingeperkt door de opkomst van Hamas – en nog radicalere vormen van islamisme. Abbas en zijn Westbank komen steeds verder in het nauw. Maar in hoeverre hebben mensen met Palestijnse wortels hier dan nog de ruimte om te zeggen wat Abdelfatah zei? Want de loyaliteit aan de familie telt zwaar, getuige het gesprek tussen de islamitische voorman Rasit Bal en de Joodse politica Hanneke Gelderblom (Trouw). Bal staat nog pal. Hij noemt immers de aanval ‘puur terrorisme’. Maar er zijn grenzen voor hem. De inkijk die hij ons dan geeft op de twee botsende loyaliteiten in zijn hart is aangrijpend: ‘Ik ga wel door, hoor (met het gesprek voeren). Uit overtuiging, uit sympathie (voor Hanneke, ze zijn al 10 jaar vrienden). Maar ik wil deel uit blijven maken van mijn gemeenschap. Van mijn geloof afvallen is geen optie. Wat afstand voelen tot mijn land van herkomst vind ik niet zo erg, maar de spanning kan onhoudbaar worden, dan krijg ik kortsluiting in mijn familie. Ik kan best veel hebben, maar ik ben niet de enige die het moment van kortsluiting bepaalt.’ Zo worden wij getuige van de strijd in de ziel van Nederlandse moslims – om daarmee zo goed mogelijk naast ze te staan wat mij betreft. Begrip voor elkaar is wezenlijk. Maar dat het moment van korsluiting eerder bereikt wordt als Hamas verder terrein wint is een open deur.
De analyse: welk verhaal?
Als we het gesprek over de controverse durven aan te gaan, welke verhalen vertellen de mensen dan? Er is het verhaal van de socialistische zionisten en hun kibboetsiem: hoe, niet zelden Russische vluchtelingen, de waardeloze grond van eigenaars in verre steden kochten en met gevaar voor eigen leven – malaria – vanaf 1900 de moerassen introkken om de grond vruchtbaar te maken; maar er is ook het verhaal van Israël als de laatste koloniale onderdrukker, verlengstuk van het arrogante, militair superieure Westen. Er is het verhaal van de Tenach dat God zijn volk terugbrengt naar het Bijbelse land, naar Jeruzalem, Judea en Samaria; maar er is ook het verhaal van de Islam dat gebied dat eenmaal aan de Islam heeft toebehoord (Waqf-gebied, art. 11, handvest Hamas) met een jihad moet worden terugveroverd, tot op de laatste snipper grond. Er is het verhaal over het falend leiderschap van de verdeelde Palestijnse clans waardoor de Palestijnen als eerste lijden onder de wrede machtsstrijd en grenzeloze corruptie van hun eigen leiders; en er is het verhaal van de vernederingen bij de checkpoints en van de kolonisten die aan landjepik doen en eeuwen oude olijfbomen in de fik zetten. Er is een deel van de Palestijnen die met Fayyed vooruit hadden willen kijken in plaats van zich door het verleden te laten gijzelen in hun eeuwige slachtofferrol, een rol die jonge Palestijnen maar één ding had geleerd: stenen gooien; en er is het verhaal van de etnische zuivering van de Nakba van 1948 en de sleutel die sindsdien door de vluchtelingen gekoesterd wordt. Er wordt verteld dat de Palestijnse vluchtelingen (700.000) in hun kampen blijven omdat ze de trotse voorhoede zijn van de Arabieren in hun strijd om Israël in de zee te drijven; daar tegenover wordt erop gewezen dat de in 1948 verjaagde Joden (800.000), net zoals bijvoorbeeld Sudeten-Duitsers en Molukkers, werden opgevangen in hun nieuwe land en mochten integreren, zodat ze weer aan een toekomst konden gaan bouwen. Er is het verzwegen geheim dat veel Palestijnen diep in hun hart liever in Israël wonen dan onder een Arabische dictatuur als die van Hamas of Fatah, maar dat het te gevaarlijk is om dat hardop te zeggen; er is het feit dat Palestijnen steeds meer tweederangsburgers worden in het Israël van nu – hoewel ze er wel in het parlement zitten. Tot slot is er het vreemde feit dat de onderdrukking van Oeigoeren toch veel systematischer, massaler en verschrikkelijker is maar minder internationale aandacht krijgt. Is deze exclusieve gerichtheid op Israël een verhuld eerbetoon? Want van Israël verwacht men tenminste nog een hoge standaard qua mensenrechten? Of is dit onbegrijpelijk focus op Israël eerder de reflectie van het feit dat Israël het uitverkoren volk Gods is? Psalm 2 stelde deze vraag naar dat focus immers al eeuwen geleden: ‘Warum toben die Heiden’? En ze gaf ook het antwoord: ‘De wereldmachten spannen samen tegen de Heer en zijn Gezalfde.’
En er zijn nog veel meer verhalen… blikrichtingen. Omdat ik vanuit de liefde in Christus alle mensen met hun verhalen wil liefhebben – dit klinkt ergens heel goedkoop voor een Nederlander, zelf niet direct slachtoffer van terreur of onderdrukking –, wil ik proberen steeds in gesprek te gaan. Ik wil proberen me in de ander te verplaatsen, ook om van anderen te leren: ‘There can be no justice without the will to embrace’ (Miroslav Volf). Maar dan ontstaat op één punt steeds een heilzame kortsluiting: bij terreur. Kunnen we het eens worden dat dat ‘niet in onze naam’ gebeurt? Het werken met het meest lage middel van gijzelingen: ‘niet in mijn naam’? Zoals we ook van Israel vragen om, in haar reactie op deze terreur, zich te hoeden voor schending van het oorlogsrecht? Ook dat ‘niet in onze naam’?
Enkele bronnen:
kranten, nieuws, diepte-analyses van analisten, podcasts, gesprekken vrienden; Ari Shavit, My Promised Land, 2013; Els van Diggele, ‘We haten elkaar meer dan de Joden’ Libris 2017; Recensie: Els van Diggele – We haten elkaar meer dan de Joden; door Khalid Toufik. https://www.jhsg.nl/recensie-els-diggele-we-haten-elkaar-meer-dan-joden/ ; Klaas Smelik, Tussen hoop en catastrofe, Tikva of Nakba CIDI informatiereeks, 2014; Handvest PLO, handvest Hamas; Ilan Pappé, De etnische zuivering van Palestina, 2008; Autobiografie Golda Meir, My Life 1975. https://www.groene.nl/artikel/onze-lijdensweg-begon-in-2006
.jpg)