Moderne psalm 8

Zie ik de hemel, het werk van uw vingers, de maan en de sterren door U daar bevestigd, wat is dan de sterveling dat U aan hem denkt, het mensenkind dat U naar hem omziet?

Dit loflied vol verwondering wordt verdiept door de huidige kennis. Zo weten we bijvoorbeeld dat er miljarden sterrenstelsels zijn van elk miljarden sterren! De verwondering wordt alleen maar dieper als je hierbij stilstaat. En dan de wonderen op de evolutionaire tijdsbalk: we denken immers dat het mitochondrium, de energiecentrale in onze cellen, als bacterie ooit met ‘ons’ een symbiose is aangegaan. Ooit waren het aërobe bacteriën, nu onze ‘powerplants’. Zie ik de cel en het mitochondrium, het werk van uw vingers….  En wat gaat het onderzoek snel: dit laatste is in 1998 ontdekt, ik heb het dus als medicijnen student niet meer meegekregen, want ik studeerde in 1986 af. En zo gaat het maar door, de wonderen om ons heen, ook in de wetenschap. Laten we ons verwonderen en de Heer loven. Er zijn twee boeken die vertellen over God, zo zei de traditie. Het boek van de natuur en het boek der boeken, de Bijbel. Wel is het boek van de natuur verzegeld. Het gaat pas open als je je laat bijlichten door de Bijbel. Daar leer je Hem echt kennen. Psalm 8 leert ons Hem te loven, ook om de wonderlijke ontstaansgeschiedenis van je mitochondria.

Geplaatst in Geloofsverantwoording | Tags: , , | Plaats een reactie

7 redenen

7 redenen waarom ongeloof onredelijker is dan geloof

1               Het morele Godsargument. Het (atheïstische) geloof dat materie alles is wat er is noemen we naturalisme. Maar naturalisme kan het bestaan van normen en waarden niet verklaren. Het probleem voor de gelovige is inderdaad de herkomst van het kwaad, maar het probleem voor de atheïst is dat er geen goed en kwaad meer is. Ik verbaas me altijd over het gebrek aan durf om hier het seculiere evolutionistische denken echt tot in haar volle consequenties te doordenken; men blijft onbewust toch teren op basale ethische overtuigingen afkomstig uit godsdienst en filosofie. Want uitgaande van het naakte evolutionistische paradigma zijn goed en kwaad in feite illusies. Ze zijn dan immers het product van een evolutionaire ontwikkeling? Empathie en sympathie zijn gevoelens die evolutionair zijn uitgeselecteerd omdat ze bijdroegen aan het overleven van de groep. Maar nu wij dat inzien, nu wij snappen dat we door onze genen voor de gek gehouden worden om te denken dat er zoiets is als ‘goed’, staren we in een zwarte afgrond. Als positieve gevoelens voor mijzelf, de wereld en de ander een gevolg zijn van een evolutionair proces, wat maakt het dan ‘goed’ om die gevoelens daadwerkelijk te volgen? Wat maakt het ‘slecht’ om ze te onderdrukken of te negeren? Wat maakt het slecht om je geweten te smoren, zoals de Nazi’s deden? Wat maakt wreed slecht? Als die diepe basisovertuiging alleen maar teruggaat op mijn eigen genen die ervoor zorgen dat ik afschuw ervaar bij de gedachte aan het martelen van mijn groepsleden? En die genen zijn uitgeselecteerd omdat nu eenmaal ‘kuddes’ met ‘martel-genen’ kleinere overlevingskansen hadden? Het seculiere denken durft niet in deze zelfgeschapen grondeloze afgrond te kijken. Het fundament dat veel moderne mensen gebruiken om God ter verantwoording te roepen vanwege het kwaad in de wereld  – namelijk dat God aan een maatstaf van ‘goed’ moet beantwoorden – dat fundament is in feite verdwenen op het moment dat men voor de afslag van het atheïsme kiest. God aanklagen vooronderstelt een absolute maatstaf van goed en kwaad. Daarom gebeurt het ook in de Psalmen. C.S. Lewis zei het zo in zijn Onversneden Christendom: ‘Mijn argument tegen God was dat het universum zo wreed en onrechtvaardig leek te zijn. Maar hoe kwam ik aan dit denkbeeld van recht en onrecht? Je noemt een lijn niet krom zonder dat je een voorstelling hebt van een rechte.’ Echt naakt evolutionair atheïsme heeft geen basis meer voor goed en kwaad, geloof in God heeft dat wel. Nog even twee keer een ‘ten overvloede ‘: Het gaat er ten eerste mij niet om dat de gemiddelde atheïst wat dit betreft niet zou weten van goed en kwaad. Dat weet hij heel goed: weten van goed en kwaad is niet het alleenrecht van de gelovige. Ik stel alleen de vraag of naturalisme die fundamentele intuïtie dat er goed en kwaad is wel kan funderen. Het feit dat de atheïst desondanks vasthoudt aan een fundamenteel besef van goed en kwaad, is dus een serieus argument tegen zijn eigen naturalisme. En dan deze tweede ‘ten overvloede’: ik geloof in een heelal van zeg 18 miljard jaar en een geleidelijke evolutionaire ontwikkeling; deze argumenten zijn dus alleen gericht tegen naturalisme, niet tegen het idee dat er iets van een evolutionaire ontwikkeling is geweest. Die ligt echter, zo geloof ik, in Gods hand.

2               Alles moet toch ergens vandaan komen (het zogenaamde ‘kosmologisch Godsargument’). En dan moet er dus een eerste oorzaak zijn die zelf eeuwig is, zonder begin of einde. Als dat namelijk niet zo is, als de eerste oorzaak een begin heeft, dan is de eerste oorzaak ontstaan. Maar dan is het niet de eerste oorzaak, want dan moet er iets anders zijn dat vooraf gaat aan die ‘eerste oorzaak’. Daarom moet de eerste oorzaak eeuwig zijn, zonder begin of einde, oneindig. (Dit met bv. al Xenophanes, de oude Griekse filosofie) Zeker, maar nu ben je er nog niet, want je hebt nog niet aannemelijk gemaakt dat de eerste oorzaak ook bepaalde kwaliteiten moet hebben en dat naturalisme daar niet aan voldoet. Een naturalist zou bijvoorbeeld kunnen beweren dat de natuur zelf eeuwig is (iets dergelijks beweerde de filosoof Spinoza). Op zich moeten we hier echter een pas op de plaats maken, want wat is eeuwig? De moderne natuurkunde ziet de tijd als iets wat ‘ingevouwen’ zit in energie en materie; voor de Big Bang was er dus geen tijd zoals wij dat bedoelen en dus ook geen eeuwige tijd in de zin van ‘altijd voortlopende tijd’. Dit is trouwens een punt waar de moderne natuurkunde geweldig goed aansluit op het tijds- en eeuwigheidsbegrip van de kerk: Augustinus zei natuurlijk al dat God deze werkelijkheid niet in de tijd maar met de tijd heeft geschapen. Goed, de laatste oorzaak kan dus best een ander soort eeuwigheid hebben dan een eeuwigheid in de zin van ‘oneindige tijd’; fundamenteel is dat het een oorzaak is die ‘eerst’ is en die zelf niet meer uit iets anders komt en dus een bepaald soort oneindigheid heeft – hoe lastig ook om te omschrijven. Dit alles sluit erg aan bij wat de middeleeuwse filosoof Duns Scotus zei: ‘er zitten verschillende lagen in het begrip oneindigheid.’ Ten eerste heb je oneindigheid in bijvoorbeeld ruimtelijke zin: een lijn die altijd doorloopt. Misschien is het wel zo dat het begrip oneindig qua oorsprong vanuit dit soort voorbeelden opkomt. Hij noemde dit oneindigheid in ‘extensieve’ zin. Maar is er niet, analoog aan dit soort extensieve oneindigheid, ook een kwalitatieve oneindigheid? Hij noemde dit oneindigheid in intensieve zin. Moet die eerste oorzaak ook niet in kwalitatieve zin oneindig zijn? Dit begrip  intensieve oneindigheid harmonieert enigszins met de moderne natuurkunde, waar we zojuist al zagen dat de eeuwigheid van de eerste oorzaak niet zo makkelijk meer gedacht kan worden als ‘oneindige tijd’, als extensieve oneindigheid. De oorzaak achter de Big Bang moet misschien eerder gezocht worden ergens op de schaal van deze intensieve oneindigheid, want het gaat hier waarschijnlijk niet om een oorzaak die in extensieve zin ‘oneindig’ is. Scotus leidt ons dan nog verder, met een volgende, spannende stap: moet die intensieve, kwalitatieve oneindigheid van de eerste oorzaak ook niet toegepast worden op de aard van het ‘zijn’ van deze eerste oorzaak? Dat moet een zijn uit zichzelf zijn, niet meer een zijn uit iets anders, een zijn dat niet niet zijn kan – dat noodzakelijk is – en dus volkomen ‘vervuld’. Misschien kunnen veel mensen deze stap nog volgen. De stappen die Scotus dan verder nog maakt worden denk ik niet gevolgd: volgens hem impliceert intensieve oneindigheid ook oneindige waarheid en goedheid. Intensieve, kwalitatieve oneindigheid in deze gevulde zin is niet te combineren met de blindheid van een alles producerende oerkracht achter de Big Bang, met de blinde processen in wat voor elementaire deeltjes of snaren of wat dan ook. En zo valt naturalisme af. Ik denk dat dit echter voor 21ste eeuwse mensen niet meer dwingend is. Toch heeft het argument kracht: zou dat wat de volste vorm van ‘zijn’ heeft, niet ook de volste vorm van ‘goed’ en ‘waar’ moeten hebben? Te meer omdat je het intensieve oneindigheidsbegrip al ziet voorbereid door de moderne natuurkunde zelf? Al met al is het kosmologisch Godsargument in mijn ogen toch vaak meer of minder circulair: ik merk dat de theïst toch altijd zijn theïsme, zij het verborgen, vooronderstelt.

3               Als naturalisme waar is, zijn overtuigingen en meningen alleen maar iets van ons brein: een bepaald soort toestand in onze hersencellen. Het overgrote merendeel van de filosofen die over dit soort dingen nadenkt beweert dat die overtuigingen geen invloed kunnen hebben op ons handelen en presteren (Causal Closure of the Physical). Net zoals bijvoorbeeld het beeld dat een beamer projecteert ook geen causale invloed heeft op het volgende beeld, al zie je misschien wel een causaal verband afgebeeld (bijvoorbeeld iemand die een springlading detoneert en op het volgende plaatje zie je dat de brug wordt opgeblazen). Maar als dat zo is, weten we niet of onze ideeën kloppen. Want omdat ze geen invloed uitoefenen, is het immers niet zo dat de goede denkbeelden worden uitgeselecteerd door evolutie. Het hebben van juiste denkbeelden geeft geen ‘reproductie success’, alleen de vier V’s: excelleren in vrijen, vechten, vluchten en voedsel-verzamelen. Alleen de vier V’s worden doorgegeven omdat die leiden tot overleven; en of je nu een juist of een fout denkbeeld hebt, dat maakt toch niet uit voor ons handelen en presteren. Goede of foute denkbeelden geven geen verschil in overlevingskansen, want je hersenen doen toch alles automatisch. Op ‘juiste denkbeelden’ staat geen evolutionaire druk, ze geven geen ‘reproductie success’. Maar als we dus niet kunnen weten of we juiste denkbeelden hebben of misschien wel alleen maar foute, kunnen we ook niet weten of onze overtuiging dat naturalisme waar is klopt. We hebben de tak doorgezaagd waar we zelf op zaten. Dus naturalisme bijt zichzelf in de staart: het geeft geen verklaring  voor ons basale idee dat overtuigingen althans een redelijke kans hebben op betrouwbaarheid. Onder andere Darwin zelf was hier al erg ongerust over: ‘With me the horrid doubt always arises whether the convictions of man’s mind, which has been developed from the mind of lower animals, are of any value or at all trustworthy. Would any one trust in the convictions of a monkey’s mind, it there are any convictions in such a mind?’ (zie ook bv. Alvin Plantinga)

4               Wiskunde overtuigt ons van het bestaan van noodzakelijke denkstructuren, dus niet alles is materie.

5               Zoals het idee ‘berg’ niet kan zonder het idee ‘dal’, zo kan het idee ‘dat waarboven je niets kunt denken dat nog perfecter is’ niet zonder bestaan (Descartes). Stel namelijk dat ‘dat waarboven je niets kunt denken dat nog perfecter is’ niet bestaat. Dan kun je iets bedenken dat toch nog perfecter is, namelijk een dergelijke maximale perfectie die bovendien ook nog bestaat. De filosoof Kant heeft dit argument weerlegd, maar het is na Kant ook weer even sterk gerepareerd, zeg maar ‘Kant-proof’ gemaakt. We noemen dit het ontologisch Godsbewijs, verdedigd door bv. Anselmus, Descartes en figuren na Kant als Hartshorne, Gödel en Plantinga, Pruss.

6               De doelmatige ordening in de schepping (zg. fine-tuning) kan niet door blinde krachten ontstaan zijn, maar vergt een ontwerp. Dat maakt naturalisme op zich nog niet onwaarschijnlijker, want het ontwerp kan ook een bot gegeven zijn in de natuur: de juiste doelmatige natuurwetten ‘zijn’ er gewoon (bruut feit). Hoewel dit waar is, is het ook vergezocht. Bij het idee van een ontwerp past een Ontwerper.

7               Jezus, de grootste mens aller tijden, spreekt over zijn Vader in de hemel en gaat ons voor op de weg om Hem werkelijk in alles te dienen. In zijn daden en zijn leven zien we de grootheid en liefde van de Vader. (Met de Bijbel)

PS: IK BEWEER NIET DAT MENSEN VANWEGE 1-6 TOT GELOOF KOMEN. IK BEWEER ALLEEN HIERMEE WAT ER STAAT: DAT ONGELOOF ONREDELIJKER IS DAN GELOOF. DIT MAAKT ONGELOOF DUS WEL MOEILIJKER VOOR IEMAND DIE DURFT TE DENKEN. MAAR DE HEER MOET JE TREKKEN. EN: EEN ATHEÏST HAD HET KUNNEN WETEN, ER IS DUS GEEN EXCUUS (ROM.1).

Geplaatst in Geloofsverantwoording | Tags: , , , | 2 reacties