Oproep tot de PThU en de Protestantse Kerk over het belijden: uitgebreide versie
Wij modernen
Wij modernen
bevangen verstand ontkent haar Schepper
gesmoord geweten ontvlucht haar Rechter
gekortwiekt verlangen mist haar Verlosser
En dus bestaat God, de beste argumenten – een korte recensie
En dus bestaat God, de beste argumenten, Emanuel Rutten en Jeroen de Ridder, Amsterdam 2015.
Een prachtig boekje (160 pag.) over godsbewijzen. De auteurs gebruiken een eenvoudige stijl en betoogtrant, iets wat de ware meesters kenmerkt. Op deze wijze is het boek ook aantrekkelijk voor een breder publiek dan alleen vakgenoten. Toch is er nergens lichtvoetigheid in de slechte zin van het woord: soms immers verbloemt men met lichtvoetig retorisch elan het gebrek aan rigide consistentie. Verder steunt dit boek op brede kennis van de laatste wetenschappelijke en filosofische literatuur. Al met al proficiat! En veel dank voor deze acht verschillende, beknopt uitgewerkte godsbewijzen!
Roep een vasten uit
Natuurlijk kunnen we een enquete houden in de Protestantse Kerk, dat is misschien zinvol. Maar misschien moeten we ook een vasten uitroepen. Vasten is het medicijn voor het gebed, volgens Voetius. Korter kun je het niet zeggen.
Drievuldig gebed van Arjan Plaisier, scriba van de Protestantse kerk
Gebed tot God: Vader, Zoon en Heilige Geest
Vader, Heer van hemel en aarde, Zoon, mens geworden voor ons mensen, Geest, licht in ons hart en stem in onze ziel. Wij aanbidden U in uw majesteit. Wij aanbidden U in uw nederigheid. Wij aanbidden U in uw nabijheid.
Wij bidden U, geef ons oog voor uw majesteit. Voor uw koninkrijk, voor uw kracht en heerlijkheid. Bevrijd ons van onze kleinheid, onze passiviteit, onze grauwheid.
Wij bidden U, geef ons oog voor uw nederigheid. Voor uw bloed, uw zweet, uw tranen. Vergeef ons onze hardheid, onze onverschilligheid, onze hoogmoed.
Wij bidden U, geef ons oog voor uw nabijheid. Voor uw licht, uw waarheid en uw troost. Genees ons van onze blindheid, onze leugens, onze troosteloosheid.
Wij aanbidden U in uw majesteit. Wij aanbidden U in uw nederigheid. Wij aanbidden U in uw nabijheid. Vader, Heer van hemel en aarde, Zoon, mens geworden voor ons mensen, Geest, licht in ons hart en stem in onze ziel. Geloofd en geprezen zij uw naam, nu en altijd, Amen.
Vijandbeelden en collectieve morele arrogantie
Ik lees het boek van Peter d’Hamecourt, Rusland in oorlog met zichzelf en de wereld. Aangrijpend boek, een scherpe blik op de complottheorieën, de persbreidel en machtswellust in het Rusland van Poetin. En de slaafsheid van die Russen: dat ze het geloven. Je wordt er niet vrolijk van. Het doet denken aan de tijd voor de uitbraak van de eerste WO: toen heerste er een zelfde sfeer. Ook toen snelle, ondoorzichtige geopolitieke verschuivingen in de race om de (toen koloniale) buit; onzekerheid en angst bij onervaren overheden; een geschiedenis die vraagt om wraak en eerherstel; journalisten die samen met politici en wetenschappers grossieren in vijandbeelden; verstikkende bondgenootschappen die de diplomatie verlammen en leiden tot blokvorming en kettingreacties. En ten slotte haat bij de massa’s, haat die altijd moreel gevoed wordt: de ander is slecht. En toen was er de lont in het kruitvat, Sarajevo.
Alles is er nu ook, zo lees ik bij d’Hamecourt. Maar zijn boek verontrust mij dubbel. Zeker, hij legt het slechte bij de buren bloot. En wat je dan ziet is inderdaad, zwak uitgedrukt, verontrustend. Maar ik proef ook de morele arrogantie van het Westen. Dat verontrust mij ook: zijn wij boven morele kritiek verheven? Ondanks 25 jaar wonen in Rusland is er weinig inleving. De auteur kan zich niet zo in de ander verplaatsen: even proberen te kijken met hun morele bril. Hij kan alleen met zijn eigen liberale, Westerse bril kijken. Dat vind ik ook verontrustend. Ik noem dat collectieve morele arrogantie. Collectief, dus je ziet het niet, zo kijken we nu eenmaal allemaal. Dit soort collectieve arrogantie zit dus in de blinde hoek: het idee dat je vragen kunt stellen bij het eigen morele oordeel dient zich niet meer aan. Mensen worden dus ook boos als je er wat van zegt. Neem de huiver van de Russen bij de overwinning van Conchita Wurst op het songfestival. De zaal zinderde van liberaal triomfantalisme: we hebben het Poetin eens flink ingepeperd! Maar de vraag of morele huiver misschien terecht is, zat in de blinde hoek, ook bij d’Hamecourt. We zijn zo diep overtuigd van ons eigen liberale gelijk, dat twijfel zich niet eens meer aandient. Iedereen die dat wel doet, is kennelijk….. Tja, we hadden het over grossieren in vijandbeelden. Het hebben van dit soort collectieve morele arrogantie is een belangrijke voedingsbodem van vijandbeelden: je kunt je niet meer voorstellen dat je eigen morele oordeel scheef gezakt zou kunnen zijn. Peter d’Hamecourt doet hier iets wat verdacht veel lijkt op wat de Russen doen: zij zitten ook muurvast in hun eigen Russische gelijk, zo lijkt het, het boek van d’Hamecourt lezend. Maar ik verwachtte juist van iemand als d’Hamecourt dat hij ons ook de ogen voor onze eigen scheefgroei zou openen. Hij krijgt immers dagelijks ‘kijk-les’ van Russen? Zien die dan werkelijk niets waar wij ons voordeel mee zouden kunnen doen? Op dit punt vind ik zijn boek te voorspelbaar: hij bevestigt alleen maar het Westerse vijandbeeld. Van een Rusland-kenner had ik meer verwacht. Ook een spiegel voor onszelf.
Zoek de stilte
‘Zoek de stilte’ in deze 40 dagen voor Pasen. In de diensten naar Pasen toe bereiden alle christenen zich voor: op het lijden, sterven en de opstanding van onze Heer. Misschien heeft u of heb jij je wel iets voorgenomen in deze 40 dagen: 40 dagen niet schelden, 40 dagen niet liegen, 40 dagen geen WhatsApp. Niet alsof WhatsApp het zelfde is als liegen of zo, ik bedoel alleen maar dat het je enorm op kan eisen, het kan je leven gaan beheersen. Iemand schrijft op het internet:
Enige tijd geleden meldde ik mijn contacten dat ik zou stoppen met het gebruik van WhatsApp. De eerste dagen nadat ik WhatsApp van mijn telefoon had verwijderd, miste ik het wel. Daarna raakte ik eraan gewend. Heerlijk die rust. Ik hoefde niet continue naar mijn telefoon te kijken of ik een bericht had ontvangen. Ook controleerde ik altijd of iemand al online was geweest. Ja? Waarom had ik dan nog geen reactie? Van binnen ging het knagen. Ik voelde me verwaarloosd en niet belangrijk genoeg voor die persoon. Op een gegeven moment raakte ik er echt gefrustreerd door. Dit kon zo niet langer. Tijd voor een verandering!
In de 40-dagen voor Pasen is het goed om je hier bewust van te worden: wat beheerst mij in het leven? Waar hunker ik naar? Dat kan natuurlijk ook iets anders zijn: Facebook? Gamen? Pingen? Drank, seks of televisie kijken? Of vier keer per week McDonald’s? In de Bijbel was er natuurlijk nog geen TV of game-verslaving, maar ik denk dat we dit allemaal toch wel mogen vergelijken met dat wat de Bijbel ‘afgoden’ noemt. Machten die op zich niet slecht hoeven te zijn, zoals TV bijvoorbeeld, maar die afgoden worden zodra ze ons gaan beheersen. Zodra ze onze zwakke plekken weten te vinden! Over die afgoden en de zwakte van de Israëlieten daarvoor zegt Jesaja (2:8):
Ze vulden hun huizen met afgoden,
vereerden wat zij zelf hadden gemaakt,
goden die ze vormden met hun eigen handen.
In deze tijd voor Pasen worden we uitgedaagd om ze de deur uit te zetten en ons bewust te worden van het feit dat we dat eerst echt niet zo makkelijk vinden: ‘De eerste dagen nadat ik WhatsApp van mijn telefoon had verwijderd, miste ik het wel.’ Maar dan komt er rust en ruimte. Ruimte voor stilte. Stilte om je Heer te zoeken, Christus: laat Hij je Koning zijn. Als je dan knielt, om te bidden, hoor je niet het ping-geluid van je WhatsApp. Je kunt een kwartiertje voor je Heer vrijmaken: richt je op het kruis bijvoorbeeld, op een Psalm, op een stukje uit een dagboekje. Of natuurlijk: gebruik je 40-dagen WhatsApp. 🙂 En je mag best halverwege die 40-dagen instappen! Je hoeft niet tot volgend jaar te wachten.
Ds. Labooy
Erfzonde en evolutie; een reisbericht
Al enkele jaren denk ik nu na over de relatie tussen erfzonde en evolutie. Ik geef maar eens verslag van de resultaten, een reisbericht. Nou ja, reisbericht: eerder een signaal van stranding. Ik ben namelijk vastgelopen. Om het probleem te beschrijven, moet ik eerst vertellen dat er ruwweg twee (elkaar volgens velen complementerende) visies op erfzonde zijn. Ten eerste kun je bij erfzonde denken aan een pakket verkeerd gerichte neigingen. Ik noem dit erfsmet. Velen stellen zich voor dat we dat pakket scheve neigingen via de evolutie hebben gekregen, maar daarover straks nog wat. Ten tweede kun je denken aan een schuld die wij allen hebben omdat de eerste mens zondigde en omdat die zonde op de een of andere manier ook op ons conto staat. Dat noemen we erfschuld. De vraag is natuurlijk of er wel zoiets kan bestaan als erfschuld: is dat geen houten ijzer? Schuld moet toch door iemand zelf gedaan zijn, anders is het geen schuld? De diepste denkers van de kerk hebben hier enorm mee geworsteld, en daar ligt ook mijn eerste verlegenheid. Maar zelfs indien je dit logische probleem zou kunnen gladstrijken, ook dan blijven we in de problemen waden. Want door de evolutieleer is het zo lastig om je een Adam voor te stellen die een eerlijke kans had om niet te zondigen. Immers, dat die genen van ons een pakket nare neigingen doorgeven, lijkt buiten kijf. We dragen de evolutionaire gen-code in ons van territoriumdrift, geslachtsdrift, agressie en beschermingsdrang voor alles wat ‘eigen kudde’ is. Arme Adam! De traditie zegt: ‘Adam had een plaats om te staan, maar niet een plaats om (morele) voortgang te verwerven.’ Gezien de evolutionaire gegevens is die plaats voor Adam om te staan wel een heel, heel klein richeltje! Als we echter de gedachte aan een historische Adam opgeven, dreigt er een ander groot gevaar: dan is onze erfsmet niet langer het gevolg van onze actie, maar het gevolg van het evolutionair proces. En dan schuif je de schuld terug naar God: dan had God ons met betere kansen moeten scheppen, dan heeft God ons op een te slechte voedingsbodem gekweekt. Anders gezegd, dan wordt zonde genaturaliseerd en voor onze natuur is God nu eenmaal verantwoordelijk, niet wij. Dit is de valkuil voor de moderne exegese van Genesis 3: die moderne uitleg ziet het verhaal van de zondeval als een beeldverhaal dat over de mens als zodanig gaat, over Adam als ‘de mens’, niet over Adam als het eerste individu. Prachtig, maar dan dreigt dat de zonde wordt genaturaliseerd, zeker als dit verhaal fungeert in de context van een evolutionair wereldbeeld. Ik zie geloof ik maar één uitweg: moeten we misschien een bovennatuurlijke gift veronderstellen? Een gift vanuit God aan de eerste hominiden die Hij tot mensen maakte? Een donum superadditum zoals de traditie dat kent? Een gift waardoor de genetische drift werd gecorrigeerd en Adam inderdaad een plek had om te staan? Een gift die Adam verspeelde door van de appel te eten – beeldend gesproken? Wie het weet mag het zeggen.
Avond over de filosoof Alvin Plantinga
Veel mensen denken dat er een conflict is tussen geloof en denken, tussen geloof en wetenschap. Alvin Plantinga, Amerikaans top-filosoof met Friese voorouders, denkt van niet. Hij schreef een boek: ‘Waar het conflict werkelijk ligt’. Hierin laat hij zien dat het eigenlijke conflict ligt tussen wetenschap en atheïsme. Wetenschap mag dan oppervlakkig gezien misschien schuren met geloof, maar wie dieper graaft ontdekt dat het omgekeerd is: er zit eerder een conflict tussen wetenschap en atheïsme! Leuke gedachte om eens met elkaar aan te ruiken! Ik heb er een aantal malen een lezing over gehouden. Zie verder filmpjes op internet van Plantinga: colleges etc.
Hier de PPP die ik maakte voor die avond: Plantinga lezing
In Pakistan geboren
Als ik in Pakistan geboren was? Met dit argument worden we wel eens lam gelegd: tja, als je het zo bekijkt, is het zo relatief dat je Christen bent! Er is hier wel wat tegenin te brengen. Stel nu dat je de postcode loterij hebt gewonnen en opeens met 16 miljoen thuiskomt. Ga je die 16 miljoen dan weggeven omdat je ook wel ergens anders had kunnen wonen? Of betekenen al die miljoenen niets voor je om die reden? Wel, het geschenk van het christendom is nog duizend maal groter!
Maar de vraag leidt ons eigenlijk toch nog verder. Want stel nu dat je in Pakistan en in een broeinest van moslim-terreur was geboren (dat is niet het zelfde!!). Dan was je waarschijnlijk een met haat vervulde moslim-terrorist geworden. Iemand die anderen uit de weg ruimt met de wet (blasfemie-wetten) en zonder de wet (via de jihad). Jezus zegt ‘heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen’. Dat gebod van de Heer wordt vergemakkelijkt door het besef dat je zelf zo’n jihadist had kunnen zijn: sta daar maar eens bij stil, verplaats je erin. Juist het besef dat je een heel ander iemand had kunnen zijn leidt zo tot een inniger omarming van het christelijk geloof. Want als je jezelf ziet als jihadist weet je dat je juist intense gebeden nodig hebt. Maar wie zal dat nog willen doen? En dan komt Jezus ‘uit de schaduw in het licht’ (Borsato). Jezus heeft met dit gebod alle mensen aan elkaar verbonden, met een wonderlijk koord van gebed en genade. Nee, het is inderdaad niet jouw verdienste dat je christen werd, dat je die 16 miljoen won. Maar misschien stond jouw wieg hier in Nederland om voor een jihadist voorbede te doen in de naam van Jezus.
.jpg)